Polypterus senegalus - Grijze kwastvinsnoek
0.0/5 Waardering (0 beoordelingen)

De Vissen

Polypterus (ook wel Bichir of Kwastvinsnoeken genoemd) is een familie van primitieve vissen. Fossielen van Polypteridae zijn gevonden in rotsen die dateren uit de periode 206-248 miljoen jaar geleden, het begin van de ontwikkeling van de dinosauriërs.

Deze ‘levende fossielen’ komen in een groot deel van Afrika voor. Door het grote verspreidingsgebied zijn verschillende soorten ontstaan. Ze hebben een cilindrisch langgerekt lijf, dat op dat van een hagedis lijkt. Het is voorzien van een schubbenpantser en 7 tot 16 losse driehoekige rugvinnen, waardoor de vis wel wat weg heeft van een draak. De onderste vinnen zitten bovendien precies waar je bij een hagedis de poten verwacht. De zwemblaas is geëvolueerd in een primitieve long, waarmee de vis lucht van de oppervlakte kan gebruiken. Gecombineerd met de kieuwen beschikken ze hiermee over twee manieren om te ademen om zo hun overlevingskans te verhogen. Ook als het zuurstofgehalte in het water toereikend is, zal het dier regelmatig naar de oppervlakte zwemmen voor een hap lucht. Hele jonge exemplaren hebben duidelijk zichtbaar externe kieuwen, net als salamanders. De huid is bedekt met een stevig schubbenpantser. De schubben zijn driehoekig, met een haakje aan het uiteinde, en bedekt met een hard en taai materiaal dat ook voorkomt dat er buiten het water waterverlies optreedt.

Polypterus heeft een slecht zichtvermogen en volgt grotendeels geursporen om voedsel te vinden. Hiervoor zijn ze uitgerust met buisvormige neusopeningen. Prooidieren worden langzaam beslopen en van dichtbij opgeslokt.  Kwastvinsnoeken hebben twee plaatachtige beenstructuren in de onderkaak die helpen om voedsel te kauwen. In de natuur is waargenomen dat bij het eten van aas de vis om zijn as kan draaien om stukken vlees af te scheuren (net zoals krokodillen). Polypterus kan enkele uren, en in vochtige omstandigheden tot wel 2 dagen, buiten het water overleven. Met de borstvinnen stuwt de vis zichzelf dan voort over land. Er worden drie categorieën Polypterus onderscheiden

Er worden drie categorieën Polypterus onderscheiden:

  • Bovenkaaksoort: met een langere bovenkaak dan de onderkaak. Hierbij opent de bek zich naar onderen, waardoor ze meer uitgerust zijn om te eten van (dood) voedsel dat op de de bodem ligt.
  • Onderkaaksoort: met een langere onderkaak dan de bovenkaak, waardoor de bek naar boven toe opent. Hiermee zijn ze meer gespecialiseerd in het jagen op levende dieren, zoals vis.  Onderkaaksoorten worden meestal een stuk groter dan de bovenkaaksoort.
  • Een tussenvorm.

Geslachtsonderscheid

Mannen zijn te herkennen aan een dikkere en meer gespierde anaalvin.

Polypterus senegalus

Een relatief actieve en de kleinst blijvende soort van de familie (tot max 50 cm in het wild en max 25 cm in het aquarium). Deze bovenkaaksoort is het meest wijd verspreid en komt voor in 26 landen in West, Centraal en Oost Afrika, in Lake Chad en de gebieden rond de Nijl. De kleur is egaal grijs en met kleine donkere vlekken op de rug

Gedrag

Polypterus zijn over het algemeen rustige vissen die behoedzaam bewegen en vaak verscholen liggen. Vaak zijn ze in schemer en s-‘nachts actief. Per soort zijn er verschillen in de mate waarin ze de neiging hebben om verscholen te blijven of om min of meer actiever te bewegen. Ervaring is dat het karakter en dan meer specifiek de mate van activiteit, verdraagzaamheid naar soortgenoten, roofzucht en nieuwsgierigheid niet alleen per soort lijkt te verschillen, maar -binnen een bandbreedte- ook per exemplaar.

Polypterus is vreedzaam tegenover andere vissoorten, mits hen duidelijk is dat deze niet in hun bek passen. Kleinere, vooral meer langgerekte,  vissen tot 2/3 van de eigen grootte lopen kans om te worden gegeten. Tegenover elkaar zijn de dieren meestal verdraagzaam (mits van ongeveer gelijke grootte), hoewel er wel schermutselingen zijn. Deze leiden zelden tot verwondingen. Er zijn echter ervaringen met individuen, die continu onrust veroorzaken of zelfs geen soortgenoten tolereren.

Polypterus heeft een slecht gezichtsvermogen. De prooi wordt op reukvermogen langzaam beslopen en van dichtbij opgeslokt. Het zijn geen snelle zwemmers. Er worden daarom ook geen lange achtervolgingen ingezet op de prooi. Als het echter het nodig is kunnen ze zichzelf snel vooruitschieten.

Ondanks dat het een rudimentaire roofvis betreft geeft het draakachtige dier, met de grappige borstvinnen en de rustige manier van bewegen, de vis voor velen een aandoenlijk en sympathiek voorkomen. Vaak bouwen aquariumhouders er een huisdierachtige band mee op, waarbij de dieren leren uit de hand te eten

Het Aquarium

Een aquarium met open plekken gecombineerd met veel beschutting in de vorm van planten, rotsen of hout. Enigszins gedimt licht zorgt ervoor dat ze zich meer op hun gemak voelen en actiever zijn. Het zijn krachtige, gespierde vissen, die graag in de vegetatie schuilen en fourageren, het is daarom aan te raden planten goed vast te zetten. Holen waar de dieren in kunnen schuilen dragen bij aan het welzijn. De hoogte van de waterlijn is niet van belang,  de bodemoppervlakte wel. Jongere dieren kunnen in een kleinere bak vanaf 80 cm worden houden. De dieren groeien echter snel, waarna natuurlijk een zeer grote bak nodig is. Worden meerdere exemplaren gehouden, zorg dan ook voor meerdere schuilplaatsen. Dek het aquarium stevig af en check of de kap geen spleten of openingen bevat: de dieren zijn ware ontsnappingskunstenaars. Met voldoende kracht in het lijf zijn ze in staat om afdekplaten en lichtkappen omhoog te drukken. Zorg er verder voor dat ze de mogelijkheid hebben om lucht van de oppervlakte te halen. Polypterus is een sterke vis met een hoge resistentie tegen visziekten, zoals witte stip. Wildvang exemplaren (de meeste Polypterussen in de handel) hebben soms last van de parasiet Macrogyrodactylus polypteri. Deze gaat in het aquarium snel woekeren, en weet de dieren in een beperkte ruimte snel te vinden. De meeste dieren overleven dit niet. Eet een nieuwe vis niet of nauwelijks en is er ook geen beweging, wees dan alert.

Bij een nieuwe Polypterus kun je overwegen een quarantainebak te gebruiken en nog gedurende de transfer eventuele parasieten middels een zoutbad te doden. Meng 5 theelepels gewoon zout NaCI) per 3,8 liter water (Gallon). Giet 1/3 van de oplossing in de transfer zak, wacht 10 minuten en voeg daarna de volgende 1/3 toe. Let op de vis en haal deze uit het water bij de eerste tekenen van stress. Bedek de zal, zodat het donker is en wacht 15-0 minuten. Gewoon zout heeft de eigenschap de PH waarde niet te veranderen. Gebruik geen aquarium zout of zeezout, omdat deze de PH waarde wel veranderen, wat juist de grootste (dodelijke) oorzaak is van stress en acclimatisatieproblemen. Vertoont de vis tonen van stress door de zoutwaterdip, haal de vis er dan uit. De dieren verdragen de meeste soorten medicatie (o.a. met koper) tegen visziekten niet goed. Aanbevolen wordt om voor hen de dosering van deze middelen te beperken tot de helft of tot tweederde van de aanbevolen hoeveelheid

 Geschikte medebewoners voor kwastvinsnoeken zijn vissen die niet in de bek passen. Dit zijn onder andere:

  • Andere soorten kwastvinsnoeken (van soortgelijk formaat)
  • Klimbaarzen van de soort Ctenopoma
  • Afrikaanse vliegvis Pantodon buchholzi
  • Grote Congo tetras
  • Cicliden van de soort Pelvichromis
  • Grotere Synodontis meervallen
  • Afrikaanse mesvissen (Xenomystus nigri)

Houd de vis niet met agressieve vissoorten, zoals territorium vormende cichliden, slangenkopvissen, en vissoorten uit de Labeo familie. Ook de combinatie met meervallen voorzien van een zuignap, bijvoorbeeld Plecostomus, werkt niet aangezien de meervallen het pantser van de kwastvinsnoek begrazen en daarmee vernielen.

Voeding

Carnivoor. Het voeren van een Polypterus is niet moeilijk, de dieren zijn niet kieskeurig. Stukjes rundvlees, vis, stukjes garnaal, mysis, muggelarven en regenwormen voldoen uitstekend. Is  aanvullend ook goed te wennen aan diepvriesvoer en groot formaat granulaat droogvoer..

Kweek

Kweek is in aquaria voorgekomen, maar zeldzaam en details erover ontbreken. De soort broed in de natuur gedurende het regenseizoen. Aangenomen wordt dat verandering in temperatuur en watersamenstelling de paring inluidt. Er worden na de bevruchting 2000-300 eieren gelegd, die aan de vegetatie blijven plakken. De ouders vertonen geen broedzorg. Na 4 dagen komen de eitjes uit (bij 26 graden watertemperatuur), waarna na nog eens 3 a 4 dagen de jonge vissen overgaan op vrij zwemmen. 

Volgens sommige bronnen wordt bij kweekfarms de paring geforceerd door hormonen of door toevoeging van 1 druppel natriumjodide (KJ) 1% oplossing per 100 liter water. In geen geval meer! Daarbij wordt vermeld dat het aquarium dan goed afgedekt moet worden omdat de oplossing de dieren rusteloos maakt.

Een meer natuurlijke methode is het nabootsen van de natuurlijke omstandigheden door de temperatuur tijdelijk te verlagen, dan weer te verhogen en water te verversen met zachter water.

Auteur

Patrick de Pijper

Afbeelding/gallerij

Copyright Foto's

Video

Specificaties

  • Familienaam: Polypteridae
  • Geslacht: Polypterus
  • Soortnaam: senegalus
  • Herkomst: Afrika
  • Lengte Min.: 25
  • Lengte Max.: 50
  • Temp.Min.: 24
  • Temp.Max.: 28
  • pH.Min.: 6.5
  • pH.Max.: 7.5
  • Dieet: Carnivoor
  • Verband: Koppel
  • Broedgedrag: Vrijlegger
  • Zone: Bodem-Midden
  • Temperament: Schuw

Zoeken

Wordt lid van onze groep en praat mee over beschrijvingen, artikelen etc: Hobbykwekers Community