Labidochromis caeruleus Yellow
4.5/5 Waardering (13 beoordelingen)

De vissen

De Labidochromis Caeruleus Yellow is een van de meest populaire cichliden in de aquarium hobby en wordt altijd wel gevraagd. Dit komt door zijn fel gele kleur en rustige temperament. Dit laatste maakt deze Afrikaanse cichlide een goede aanvulling op bijna alle andere cichliden in het aquarium. Geliefd als hij is bij de Malawi houders wordt hij samen gehouden met andere Mbuna, Utaka en met de wat meer tere keizerbaarzen.

De beschrijving van deze soort in 1956 door G. Fryer behandelde niet de gele variant maar een blauwe variant van de Labidochromis caeruleus. De eerst gevangen exemplaren van de Labidochromis caeruleus waren lichtblauw met 6 donkerblauwe verticale strepen. Caeruleus verwijst dan ook naar de lichtblauwe kleur. Pas later werden de andere varianten waaronder de witte en de gele gevonden. Het woord Labidochromis bestaat uit twee delen: Labis komt uit het Grieks en betekend tang of pincet en verwijst naar de smalle bek, chromis komt ook uit het Grieks en betekend vis.

Na het vinden van de gele variant werden deze dieren niet direct geëxporteerd. Pierre Brichard nam in 1980 een aantal gele exemplaren mee naar Bujumbura bij het Tanganyikameer om er mee te kweken in vijvers (Ponds). Na zes jaar had hij voldoende exemplaren om ze uit te voeren. Dit werd tegen een flinke prijs gedaan onder de naam Labidochromis tanganicae, wat uiteraard flink voor verwarring zorgde omdat niet duidelijk was of deze soort nu uit het Tanganyika dan wel Malawi meer afkomstig was. Uiteindelijk werd dit rechtgetrokken en kreeg ook de gele variant de juiste naam: Labidochromis caeruleus.

Beschrijving

De meest bekende vorm van de Labidochromis caeruleus wordt verkocht onder de naam Labidochromis caeruleus Yellow, de gele variant. De mooiste exemplaren zijn helder geel van kleur op het lichaam en de borstvinnen. De rug- buik- en anaalvinnen kunnen zwart gekleurd zijn waarbij over de rand van de rugvin weer een gele zoom loopt. Door het oog loopt een zwarte diagonale streep.

Doordat er slechts weinig exemplaren van zijn geëxporteerd kan het voorkomen dat de heldere kleuren van deze soort wat bleker worden door inteelt. Naarmate de vis dan ouder wordt zie je ook steeds meer zwarte vlekken op het lichaam verschijnen. De met zorg geteelde dieren waarbij dieren uit verschillende bloedlijnen zijn uitgekozen laten dit veel minder zien.  

De variant waaraan deze soort zijn naam dankt is lichtblauw van kleur. Deze variant wordt minder vaak aangeboden dan de gele variant.

Het geslacht is aan de kleur soms moeilijk te zien. Zowel de mannen als de vrouwen kunnen de zwarte kleuring hebben in de vinnen hoewel deze bij de mannen doorgaans veel duidelijker en feller is afgetekend. Het dominante mannetje heeft de duidelijkste kleur zwart en het felste geel. Een subdominant mannetje kan qua kleur soms uitzien als een vrouw. Vaak is aan de vorm van de rug- en anaalvin het geslacht makkelijker te zien. Bij de man lopen deze vinnen meer uit in een puntvorm, bij de vrouw zijn ze meer afgerond. Eenmaal volgroeid zul je zien dat de mannen ook wat groter en forser gebouwd zijn dan de vrouwen. 

De Labidochromis caeruleus is naar andere soorten redelijk vredelievend. Je kunt ze dan ook combineren met de meeste andere Mbuna en zelfs met Keizerbaarzen of Utaka. Mannen onderling zijn redelijk onverdraagzaam. Het is dan ook beter om 1 man te houden met meerdere vrouwtjes.

Ondanks hun vriendelijke karakter zijn Labidochromis caeruleus niet schuw of schichtig. Ze staan prima hun mannetje naar andere agressievere of grotere soorten toe. Ze zullen alleen niet zelf de confrontatie opzoeken.

Biotoop

Deze soort komt bijna in het gehele meer voor maar veel lokale varianten zijn niet zo mooi geel gekleurd als dat wij hier in de aquariums hebben. Ook zijn de aantallen Labidochromis caeruleus die in het meer voorkomen relatief klein. Hoogstwaarschijnlijk komen er in gevangenschap meer yellow's voor dan in het wild. De meeste dieren zijn nakweek van slechts enkele exemplaren. Toch houden ze deze mooie gele kleur door zeer gericht te kweken en alleen door te gaan met de mooiste dieren.

Dieet

Zijn omnivore dieet maakt hem een veelzijdige aanvulling op zo'n beetje elk visbestand. Zolang je ze maar afwisselend voert eet de Labidochromis caeruleus eigenlijk al het voer wel. Op het menu mogen spirulina niet ontbreken zodat ze genoeg groenvoer binnen kunnen krijgen, wissel dit af met vlokvoer en af en toe wat diepvries voer zoals artemia, mysis, krill, zwarte of witte mug. Geef ze liever geen rode mug en tubifex, dit vergroot de kans op Malawi bloat.

Het Aquarium

Het aquarium voor de Labidochromis caeruleus kan worden ingericht zoals die voor de meeste Mbuna's. Gebruik voor de bodem zand en richt het aquarium verder in met veel rotsen waartussen zich holen, kieren en spleten bevinden. Ze zijn relatief rustig van karakter. Een aquarium vanaf 120 centimeter zou voldoende moeten zijn om 1 man met meerdere vrouwen samen te houden. 

De temperatuur in het aquarium kan variëren tussen de 22 en 26 graden. De pH ligt in het Malawimeer tussen de pH 7.5 en 8.5. 

In het aquarium kan de Labidochromis caeruleus prima gecombineerd worden met Mbuna's maar ook met Aulonocara soorten (Keizerbaarzen) en de vrij zwemmende Utaka's. Veel Mbuna's worden van een vleesachtig dieet ziek en overlijden uiteindelijk, hier heeft de Labidochromis caeruleus geen last van mits je maar af en toe wat groenvoer bij voert in de vorm van bijvoorbeeld herbivoor granulaat of spirulina vlokken. 

Kweek

De kweek van de Labidochromis caeruleus is net als bij veel andere Malawi cichliden niet moeilijk. Ze zijn vanaf zo'n 6 maanden of 5 centimeter al geslachtsrijp. 

Ze vormen geen territorium. Zodra de man ziet dat een vrouw bereid is om te paren zal hij haar naar een willekeurige plek tussen de rotsen proberen te lokken. Hier zwemmen ze veelal rondjes om elkaar heen totdat de vrouw er klaar voor is. Het rondjes draaien vertraagt en de man sleept met zijn anaalvin over de grond. Hierop zitten eivlekken waarnaar de vrouw hapt. De vrouw legt daarop een ei, draait zich om en neemt dit ei in de muil. Onderwijl draaien ze verder en de man toont wederom zijn anaalvin. De vrouw hapt er weer naar terwijl de man wat hom loslaat. Hierdoor krijgt de vrouw hom in haar muil en bevrucht daarmee de eieren. Dit gaat zo door totdat alle eieren zijn gelegd. 

Bij de Labidochromis caeruleus broedt de vrouw de eieren uit in haar muil. De eenmaal uitgekomen jongen blijven zo'n 21 tot 28 dagen in haar muil waarbij ze veilig kunnen teren op hun dooierzak. Hierna spuugt de vrouw de inmiddels al gele jongen uit. In een rustig aquarium zonder andere vissen kan de vrouw de jongen nog een week verzorgen door ze regelmatig terug in haar krop te nemen. Zorg er dan wel voor dat de vrouw goed wordt gevoerd zodat de jongen veilig blijven. Hierna zal ze wel moeten worden verwijderd om te voorkomen dat de jongen alsnog worden opgegeten. 

De meeste kwekers vangen een vrouw met een bekje vol jongen ongeveer na twee weken uit. Ze worden dan in een kleiner aquarium geplaatst waar wel wat beschutting in de vorm van rotsen of een hol zit. De vrouw voelt zich hier veilig in en kan rustig de jongen uitbroeden. De vrouwen eten tijdens de broedperiode helemaal niets. Door de vrouw op tijd apart te zetten hou je vrijwel alle jongen over die de vrouw uitspuugt. De jongen zijn zeker de eerste paar uur veilig, de vrouw zal ze dan niet opeten. In een gemengd aquarium met andere vissen eindigen jonge Labidochromis caeruleus vaak als voer.

Auteur

John de Lange

Afbeelding/gallerij

Copyright Foto's

Video

Specificaties

  • Familienaam: Cichlidae
  • Geslacht: Labidochromis
  • Soortnaam: caeruleus
  • Herkomst: Malawi Meer
  • Lengte Min.: 11
  • Lengte Max.: 12
  • Temp.Min.: 22
  • Temp.Max.: 26
  • pH.Min.: 7.5
  • pH.Max.: 8.5
  • GH min.: 12
  • GH max.: 16
  • Dieet: Omnivoor
  • Verband: Harem
  • Broedgedrag: Muilbroeder
  • Zone: Bodem-Midden
  • Temperament: Mild Agressief

Zoeken