Channa andrao
3.0/5 Waardering (2 beoordelingen)

De Vissen

Slangekopvissen zijn primitieve roofvissen uit de familie Channidae. Fossielen van 50 miljoen jaar oud duiden op een oorsprong in de zuidelijke Himalaya (India en oost-Pakistan). Vanaf 15 miljoen jaar geleden hebben de dieren zich met de zich uitbreidende intertropische klimaatzone verder verspreid hebben naar delen van Europa, Afrika en Azië.

Slangekopvissen komen momenteel van nature voor in delen van Azie en Afrika. Het zijn roofvissen met een langgerekt lichaam. Karakteristiek zijn de grote grote kop, met de grote bek vol tandjes. De kop is bedekt met grote schubben, wat voor de naam snakehead of slangekopvis heeft gezorgd.

Een primitief longachtig orgaan (geen labyrint) stelt de dieren te leven van lucht van de oppervlakte  korte afstanden migreren over land. Bij een hoge luchtvochtigheid kunnen de dieren van 2 tot 4 dagen overleven op het land en over nat landschap tot wel 400 meter afleggen op zoek naar andere watersystemen. Dit doen ze door op hun buik liggend op het land het lichaam in een S-vorm te krommen en daarna te rechten, waardoor ze zich naar voren lanceren.

Slangekopvissen vormen in veel landen van herkomst een belangrijke consumptievis. Lokale markten zijn vaak 'overspoeld' met slangenkopvissen. Op de markt maken mensen er gebruik van dat de vis lang in leven blijft, zodat altijd sprake is van verse vis. Grotere soorten, zoals Channa maculata, Parachanna obscura, Channa striata worden op grote schaal voor consumptie gekweekt.

In veel gebieden (Madagascar, Hawaii, Taiwan, Japan, Kazachstan, Turkmenistan, Uzbekistan, en Tjechië zijn slangekopvissen de afgelopen 100 jaar bewust geïntroduceerd.

In aantal delen van de VS zijn verschillende soorten onbedoeld in het wild terechtgekomen. Bij gebrek aan natuurlijke vijanden, zoals de mens, zijn slangekopvissen uiterst invasief en destructief. Ze vormen een grote bedreiging voor het lokale ecosysteem. Grotere soorten worden al geslachtsrijp na 2 tot 3 jaar (15-30 cm), paren tot wel 5 keer per jaar en kunnen per keer wel 15.000 eieren leggen. Zo is Channa argus is in staat om binnen 15 maanden de populatie te verdubbelen. Reden voor National Geographic om vanwege het invasieve en destructieve effect te grijpen naar de term 'Fishzilla'. De vondst van de dieren in aantal watersystemen binnen de VS heeft veel media-aandacht veroorzaakt. Daarbij is veel berichtgeving  sterk overdreven en zijn Piranha achtige mythen ontstaan van monstervissen die hele meren leegeten en dan naar het volgende meer wandelen, kinderen aanvallen en in een geval zelfs op land zouden komen om te jagen en een hap uit een hond te nemen.

De dreiging voor het eco-systeem is wel serieus. In de VS is men overgegaan tot de vergiftiging van een aantal watersystemen om verdere verspreiding van de aangetroffen soort te voorkomen.  Op dit moment lijkt alleen  Florida een gevestigde populatie Channa argus te hebben, naast de aanwezigheid van andere toproofddieren als krokodillen, kaaimansnoeken en zeearenden. Chefkoks in de regio hebben het voorstel gedaan om de invasie van slangekopvissen te reguleren door de vis gesubsidieerd te promoten in restaurants. Sinds 2002 is het in veel staten binnen de VS verboden om een slangekopvis te bezitten

Er zijn 2 families slangekopvissen:

  • Channa uit Azië (35 soorten)

  • Parachanna uit Afrika (3 soorten).

De soorten slangekopvissen kennen onderling grote verschillen qua formaat. De (informele) dwergsoorten, zoals Channa gachua worden niet groter dan 25 cm, zijn het meest vreedzaam en daarmee dan ook het meest geschikt voor het aquarium. De meeste overige soorten worden tot 30-90 cm groot. Vijf soorten (C. argus, C. barca, C. marulius, C. micropeltes and C. Striata) bereiken zelfs een lengte groter dan 1 meter.

Voor een enigszins normaal aquarium zijn dan alleen de dwergsoorten geschikt.

Slangekopvissen zijn roofvissen die zich in de eerste levensfasen leven voeden met, plankton, insecten en slakken. Ze hebben een typische manier van jagen. Vanuit een hinderlaag krommen ze hun lichaam in een S-vorm, waarna ze met een klap van de staart naar voren schieten, terwijl met de onderweg geopende bek de prooi naar binnen wordt gezogen. Grotere soorten deinsen er niet voor terug om datgene dat niet in de bek eerst passend te maken.

De meeste soorten leven en jagen als jongere dieren in schoolverband. Eenmaal volwassen schakelen de meeste soorten om naar een menu dat volledig bestaat uit vis, kikkers, kleine waterzoogdieren en vogels. In het volwassen stadium worden ze onverdraagzaam naar anderen en starten ze een leven solitair of als koppel. 

Combineren van grotere slangekopvissen met andere vissoorten is meestal lastig:De meeste dwergsoorten zijn relatief vreedzaam tegenover soortgenoten en dieren van soortgelijk formaat. Complicerende factor hier is echter dat de meeste soorten uit subtropische gebieden komen en slechts tijdelijk hoge temperaturen verdragen. Medebewoners moeten dus bestand zijn tegen een tijdelijke temperatuurverlaging.

Bij grotere soorten is de algemene ervaring dat het het combineren met andere vissen bijna niet mogelijk is, en als het wel lukt, meestal van tijdelijke aard. Als jongen dieren lukt het combineren met robuuste vissen nog wel. Vooral als deze vissen al aanwezig zijn. Vaak worden nieuw toegevoegde vissen gedood. Ook loopt de vrede ten opzichte van soortgenoten of andere vissoorten ten einde als de dieren geslachtsrijp worden. Ook als een stel gevormd wordt is geen dier in de omgeving meer veilig. Combineren met te agressieve territoriumvormende vissen leidt niet tot teleurstelling: een geïntimideerde slangenkopvis verschuilt zich, probeert uit het aquarium te ontsnappen en stopt met eten.

Ondanks bovenstaande zijn er wel degelijk ervaringen waarin slangekopvissen met succes worden samengehouden met andere vissoorten. Dit varieert sterk per soort, maar is ook afhankelijk van omstandigheden (beschikbare ruimte, voeding, gedrag van de andere vissen, wat hebben de individuele dieren meegemaakt). Daarnaast lijken individuele karakters van de dieren een rol te spelen.

Slangenkopvissen (door hen vaak Channa's of Snakeheads genoemd) kennen een grote schare van aquariumliefhebbers. Het zijn alerte, krachtige, rustige, doordacht bewegende dieren, met een eigenzinnig karakter en uitstraling.  Verder vertonen ze interessant jacht en broedgedrag. De extreem grote soorten worden soms gehouden door aquariumhouders die de behoefte hebben om een huisdierachtige band met een monstervis te beleven. 

Channa andrao

Met maximaal 11 cm is dit de kleinste slangekopvissen. Het is ook de meest vreedzame soort in de zin dat ook andere vissen worden getolereerd, mits deze niet in der bek passen. . Mannen zijn feller gekleurd en groter. Ook groeien mannen sneller dan vrouwen.

C. Andro wordt vaak aangeboden onder de eerdere namen C. sp. ‘Lal Cheng’, C. sp. ‘Assam’, C. sp. ‘blue bleheri’, C. sp. ‘himalayanus’, and C. sp. ‘red’. Ook wordt C. androa  vaak aangezien voor C. bleheri. Bij C. andrao ontbreekt echter de voorste buikvin

De soort is endemisch in de Brahmaputra rivier, in noordwest India (Jalpaigur regio). Daar leeft C. Andrao in een moerasgebied vlakbij de stad Barobisha. Het gebied wordt gekenmerkt door een landklimaat met zeer hete zomers, koele winters en een sterke moesson. De watertemperatuur daalt in de winter tot 19 graden en stijgt in de zomer tussen de 22-28 graden (het dier bij voorkeur lager houden dan dit maximum). Gedurende de droge winterperiode valt een groot deel van het leefgebied droog. De soort trekt zich dan terug in gegraven burchten, waarin water blijft staan. Meestal wordt zo'n burcht door een koppel bewoond. Deze waarnemingen hebben de soort de foutieve naam C. amphibeus opgeleverd. Jagen en broeden vindt plaats in de warme zomerperiode, na de val van overvloedige moessonregen.

Wordt het dier te lang op een hogere temperatuur gehouden dan treden op termijn vaak (dodelijke) bacteriele infecties op. Een koele periode is noodzakelijk! .

Kan paarsgewijs worden gehouden of in een groep. In het laatste geval is een groter formaat aquarium nodig. Hoewel deze soort vreedzaam is, kunnen er ten opzichte van soortgenoten territoriale confrontaties ontstaan. Deze zijn nooit hevig van aard.

Het Aquarium

Een aquarium met dichtbeplante stukken, en open zwemruimten.en voldoende schuilplaaten, en niet te felle verlichting. Een aantal donkere plekken wordt op prijs gesteld. Zorg ervoor dat het voor de dieren mogelijk is om lucht halen van de oppervlakte, aangezien ze anders stikken. Sluit het aquarium goed af. De dieren weten door het kleinste gat uit het aquarium te ontsnappen. Zorg ervoor dat het aquarium gedurende een seizoen de temperatuur wordt verlaagd van 15-16 tot maximaal 19-20 graden. In de koudere periode is minder voer vereist en mag de waterstand gerust iets zakken. Jonge dieren kunnen in een groep worden gehouden. Na het bereiken van de volwassen fase, en na vormen van een koppel, zal de onderlinge agressiviteit toenemen. Bij het houden van meerdere dieren zijn veel schuilplaatsen vereist. Met iets lagere PH waarde vertonen de dieren een mooiere kleur.

Voeding

Carnivoor. Al het gangbare dierlijke voer wordt gegeten, inclusief diepvries en droogvoer

Kweek

Het kweken met Channa andrao is mogelijk. Om de kweek te initiëren dient de watertemperatuur te worden verlaagd. Het bij elkaar zetten van een man en een vrouw levert niet per definitie een koppel op. Het beste kan een groep worden gevormd, waar een koppel uit kan ontstaan. De kweek wordt geinitieerd met een constant hogere watertemperatuur met uitgestelde waterverversingen en onderhoud. Na de paring en het afzetten verzamelt de man de bevruchtte eieren in de bek. Binnen 3-5 dagen (soms langer) komen de eieren uit. De vrouw produceert eieren die niet bevrucht worden en zo als voedsel voor de jongen dienen. De broedzorg duurt 2-3 weken.

Auteur

Patrick de Pijper

Afbeelding/gallerij

Copyright Foto's

Video

Specificaties

  • Familienaam: Channidae
  • Geslacht: Channa
  • Soortnaam: andrao
  • Herkomst: Azië
  • Lengte Min.: 10
  • Lengte Max.: 11
  • Temp.Min.: 15
  • Temp.Max.: 30
  • pH.Min.: 6
  • pH.Max.: 7
  • Dieet: Carnivoor
  • Verband: Koppel
  • Broedgedrag: Muilbroeder
  • Zone: Alle waterlagen
  • Temperament: Mild Agressief

Zoeken

Wij gebruiken cookies om de website te analyseren, sociale media te kunnen gebruiken, advertenties aan te bieden en om het verkeer te analyseren. Deze informatie delen we ook met onze sociale media, adverteerders en analyse partners die het kunnen combineren met andere informatie de je hen hebt gegeven of die ze hebben verzameld doordat je hun diensten hebt gebruikt. Meer informatie over ons cookie gebruik