Killivissen Afrika
Pseudepiplatys annulatus - Ringbandsnoekje
- Categorie: Killivissen Afrika
- Hobbykwekers
- Hits: 4524
| Maximale Lengte Man | 3,5 Centimeter |
| Maximale Lengte Vrouw | 3 Centimeter |
| Familie | Cyprinodontidae |
| Herkomst | Equatoriaal Guinea, Liberia |
| Dieet | Carnivoor |
| Broed Gedrag | Tussen fijnbladige planten |
| Temperament | Mild agressief |
| Onderling Temperament | Mild agressief |
| Temperatuur | 23 - 26 |
| pH | 6.0 - 6.5 |
| GH | 5 - 7 |
Familie: Cyprinodontidae
Synoniemen: Haplochilus annulatus, Panchax annulatus, Aplocheilus annulatus, Epiplatys annulatus
Herkomst: Equatoriaal Guinea, Liberia.
Natuurlijk milieu: Langzaam stromende en stilstaande wateren, vooral langs dichtbegroeide oevers.
Vorm en kleurtekening:
Lichaam langgerekt, matig hoog en zijdelings gering samengedrukt. Grondkleur en de tekening in de vinnen afhankelijk van de uiteenlopende regionale vindgebieden. Kenmerkend zijn evenwel altijd de donkere brede dwarsbanden, waarvan de kleur al naar gelang de lokale vormen kan variëren van vuilgroen tot chocoladebruin, donkerbruin of zelfs blauwzwart. Deze banden contrasteren buitengewoon fraai tegen de lichtere ondergrond, waarvan de kleur ook weer kan variëren van vuil geelwit tot zachtbruin of zalmkleurig. De voorste rugvinstralen zijn over het algemeen lichtblauw, maar kunnen eveneens helderrood zijn; de hierachter gelegen zone heeft dezelfde kleur als de dwarsbanden. De aarsvin toont aan de basis eveneens dezelfde kleur als de hierboven gelegen dwarsband, in de achterste stralen lichtere tinten zoals geel en lichtblauw, brede rode zoom rondom met meestal nog smalle lichtblauwe rand. Van de staartvin zijn de middelste vinstralen krachtig verlengt en over het algemeen bruinoranje tot rood gepigmenteerd, de vinlobben zijn prachtig hemelsblauw, van de middelste vinstralen gescheiden door een diep rode zone. Borstvinnen kleurloos doorzichtig met forse rode zoom.
Grootte: cá. 3-3,5 cm.
De vrouwtjes: gelijk getint als de mannen maar met afgeronde vinnen.
Verzorging:
Temperatuur 23-26 graden.
pH: 6-6,5
Kh: 3-4
Gh: 5-7
Geschikt voor kleine aquariums in gezelschap van eveneens kleine medebewoners; liever geen andere oppervlaktevissen.
Aan het wateroppervlak voldoende drijfplanten, maar anderzijds mag voor deze uitgesproken oppervlaktevisjes de noodzakelijke zwemruimte niet ontbreken. Het water moet liefst over turf gefilterd worden en mag niet te vers of te hard zijn. Een sterke oppervlaktebeweging van het water, bijv. door uitstromers, moet worden vermeden.
Reeds door de verwerking van veel turf en kienhout zal het water lichtgeel kleuren. Afhankelijk van de waterhardheid zal dit min of meer aanzuren en zo van uitstekende kwaliteit worden voor de verzorging en kweek van seizoensvissen.
Als voedsel komen allerhande kleinere oppervlakte-insecten in aanmerking. Zoals fruitvliegjes, muggen, mieren en bijv. bladluizen, ter afwisseling wordt ook droogvoer genomen en jacht gemaakt op Daphnia en muggenlarven.
Kweek:
Niet al te moeilijk.
Gehouden onder de hier beschreven omstandigheden gaan de meeste soorten spontaan over tot voortplanting. De eieren worden afgezet aan de wortelpartijen van de drijfplanten en komen, afhankelijk van de soort en watertemperatuur na ca. 14 dagen uit. De ouderdieren bezondigen zich niet aan eierroof, maar indien de voeding onvoldoende is en te weinig afwisselend wordt jacht gemaakt op het jongbroed. Indien het voedsel echter voldoende afwisselend is en overwegend bestaat uit zwarte en witte muggelarven, vliegen, muggen en andere gevleugelde insecten, zoals het zelf gemakkelijk te kweken fruitvliegje, en daarnaast nog mieren en bladluizen, dan valt het kannibalisme onder de eigen soort heel erg mee of verdwijnt zelfs geheel. Bovendien vinden de jonge visjes snel een veilig heenkomen indien voldoende oppervlaktegroen aanwezig is.
Tekst: © BiancaB
Foto: Hristo Hristov



