Barbus titteya - Cherry Barbeel
- Categorie: Azie
- Hobbykwekers
- Hits: 7453
| Maximale Lengte Man | 5 Centimeter |
| Maximale Lengte Vrouw | 5 Centimeter |
| Familie | Cyprinidae |
| Herkomst | Sri Lanka |
| Dieet | Omnivoor |
| Broed Gedrag | Tussen fijnbladige Planten |
| Temperament | Vredelievend |
| Onderling Temperament | Vredelievend |
| Temperatuur | 23 - 26 |
| pH | 6.0 - 6.5 |
| GH | 8 - 12 |
De Barbus titteya, in het Nederlands de Cherry Barbeel of Sherry Barbeel is een fraai gekleurde kleine karperachtige. Over het midden van hun lichaam loopt een licht zwart streepje dat niet altijd goed te zien is. De mannen ogen wat slanker en langgerekter dan de wat vollere vrouwtjes. De mannen hebben ook veel meer kleur dan de vrouwtjes, zeker richting de paartijd.
Ze komen van het eiland Sri Lanka en komen over het hele eiland voor in ondiep stilstaand of langzaam stromend water. Het is een rustige soort en ook zijn medebewoners mogen niet al te druk zijn. Het aquarium moet voorzien zijn van voldoende beplanting en wat donkere hoekjes waar ze zich kunnen terug trekken. Ook een donkere bodem wordt op prijs gesteld, dit zorgt er tevens voor dat hun kleuren mooi uitkomen. Het water over turf filteren. Ondanks dat het niet echt een school vormende soort is, moet hij wel samen met minimaal 8 soortgenoten gehouden worden. Met rustige vissen samenhouden, houdt ze niet bij vissen met lange vinnen zoals Gourami´s en Betta´s, omdat ze dan in de vinnen kunnen gaan bijten. Ze zwemmen in de onderste en middelste waterlagen.
Qua voer zijn ze niet erg kieskeurig, vlokken, diepvries en levend voer worden graag opgenomen. Zorg er wel voor dat het voer blijft drijven of zweven. Ze nemen niet graag voer van de grond.
De kweek is redelijk eenvoudig. Vóór de kweekpoging de ouderdieren goed voeren. Een kweekbak hoeft niet groot te zijn: 40 x 20 x 20 is voldoende. Het water moet iets zacht zijn +/- pH 6,5 en voor het afzetten zijn fijnbladige planten nodig zoals Javamos of Cabomba. Plaats in de namiddag het dikste vrouwtje samen met een mannetje in de kweekbak. De volgende ochtend zullen ze beginnen met paren. De eieren worden afgezet tussen de bladeren maar doordat ze niet erg kleven vallen ze doorgaans naar de bodem. Na het paren de ouders verwijderen.
De zeer kleine eieren zijn moeilijk te zien en komen na +/- 24 uur uit. Ze teren dan nog 2 dagen op hun dooierzak. De 3e dag kun je beginnen met het voeren van infusoriën. Na een week kun je overstappen op vers uitgekomen artemia.
Deze soort kan ook in een klein vijvertje buiten worden gekweekt. Plaats hiervoor eind juni als het goed warm is een koppel in een ondiepe vijver met wat planten. Halfweg september kun je de ouders met jongen uitvangen.
Zie ook het kweekverslag


Auteurs: © Coby; J. de Lange
Foto's: J. de Lange


