Azie - Regenboogvissen
De Regenboogvis Familie
- Categorie: Azie - Regenboogvissen
- Hobbykwekers
- Hits: 4517
![Melanotaenia trifasciata [Cato River, Northern Territory] Melanotaenia-trifasciata-Cato-River](/images/stories/azie/Regenboogvissen/Melanotaenia-trifasciata-Cato-River.jpg)
Twee nauwverwante vissen families die uniek zijn voor Australië en Nieuw-Guinea: Melanotaeniidae and Pseudomugilidae, beter bekend als respectievelijk regenboogvissen en blauwoogjes.
Tegenwoordig zijn er tien geslachten bekend: Cairnsichthys, Chilatherina, Glossolepis, Iriatherina, Kiunga, Melanotaenia, Pelangia, Pseudomugil, Rhadinocentrus en Scaturiginichthys. Melanotaenia is veruit het grootste geslacht. De familie van de blauwoogjes (Pseudomugilidae) is de laatste jaren grondig bestudeerd, maar er bestaat nog steeds discussie of ze nu als aparte familie beschouwd moeten worden of als sub-familie van de Melanotaeniidae. Ze onderscheiden zich door hun geringere grootte, het ontbreken van vinstralen en een paar andere verschillen in skeletbouw.
De leden van het geslacht Melanotaenia variëren in lengte van de pygmee regenboogvis (Melanotaenia pygmaea), die een maximale standaardlengte bereikt van iets meer dan 5 centimeter, tot leden van het Melanotaenia splendida complex, die doorgaans over de 15 centimter lang worden. De variatie in de vorm en bouw binnen het geslacht is hoog, met soorten die van elkaar (soms lichtelijk) verschillen in kleur, bouw en aantal schubben of vin(stralen). Tegelijkertijd is de lichaamsvorm binnen een soort ook variabel en dat lijkt afhankelijk te zijn van de stroomsnelheid en de omstandigheden op de plaats van herkomst. Dit kan soms de identificatie in het veld erg moeilijk maken. Er is binnen de soorten een groot seksueel onderscheid, waarbij de mannen doorgaans groter en veel feller gekleurd zijn.
Blauwoogjes (Pseudomugilidae) zijn een kleine familie die bestaat uit 18 soorten in drie geslachten. Ze kunnen worden gevonden in zoetwaterrivieren en moerassen, en in brakwater riviermondingen langs de oostelijke kust van Australië, vanaf zuidelijk New South Wales tot noordelijk Queensland, langs de Northern Territory tot het noorden van West-Australië en de kustgebieden van Zuid-Nieuw-Guinea, plus bijna alle omliggende eilanden. Ze worden allen vlak bij de kust gevonden, met als uitzondering de Scaturiginichthys vermeilipinnis, een zeldzame soort die ondiepe, brongevoede poelen bewoont, diep in het binnenland van westelijk Queensland.
Wetenschappelijke namen
De complete soortnaam is opgebouwd uit de generieke (geslacht) naam en de specifieke (soort) naam. De geslachtsnaam wordt eerst genoemd en krijgt een hoofdletter, gevolgd door de soortnaam met kleine letter. Zowel de geslachtsnaam als de soortnaam worden vaak schuingedrukt. Het is gebruikelijk om de naam van de beschrijver van de soort en de datum van publicatie te noemen, bv: Melanotaenia angfa Allen, 1990. Haakjes om de naam van de beschrijver, bv: Melanotaenia nigrans (Richardson, 1843) geven aan dat, hoewel de oorspronkelijke beschrijving is geaccepteerd, de geslachtsnaam niet langer geldig is en is veranderd sinds de soort voor het eerst is beschreven.
- Melanotaeniidae
- Cairnsichthys
- Chilatherina
- Glossolepis
- Iriatherina
- Melanotaenia
- affinis (Weber, 1908)
- ajamaruensis Allen & Cross, 1980
- ammeri Allen, Unmack & Hadiaty, 2008
- angfa Allen, 1990
- arfakensis Allen, 1990
- autsralis, (Castelnau, 1875)
- batanta Allen & Renyaan, 1998
- boesemani Allen & Cross, 1980
- catherinae (de Beaufort, 1910)
- caerulea Allen, 1996
- corona Allen, 1982
- duboulayi (Castelnau, 1878)
- eachamensis Allen & Cross, 1982
- exquisita Allen, 1978
- fluviatilis (Castelnau, 1878)
- fredericki (Fowler, 1939)
- goldiei (Macleay, 1883)
- gracilis Allen, 1978
- herbertaxelrodi Allen, 1980
- irianjaya Allen, 1985
- iris Allen, 1987
- japenensis Allen & Cross, 1980
- kamaka Allen & Renyaan, 1996
- kokasensis Allen, Unmack & Hadiaty, 2008
- lacustris Munro, 1964
- lakamora Allen & Renyaan, 1996
- maccullochi Ogilby, 1915
- maylandi Allen, 1982
- misoolensis Allen, 1982
- monticola Allen, 1980
- mubiensis Allen, 1996
- nigrans (Richardson, 1843)
- ogilbyi Weber, 1910
- oktediensis Allen & Cross, 1980
- papuae Allen, 1981
- parkinsoni Allen, 1980
- parva Allen, 1990
- pierucciae Allen & Renyaan, 1996
- pimaensis Allen, 1980
- praecox (Weber & de Beaufort, 1922)
- pygmaea Allen, 1978
- rubripinnis Allen & Renyaan, 1998
- sexlineata (Munro, 1964)
- solata Taylor, 1964
- splendida australis (Castelnau, 1875)
- splendida inornata (Castelnau, 1875)
- splendida rubrostriata (Ramsay & Ogilby, 1886)
- splendida splendida (Peters, 1866)
- splendida tatei (Zietz, 1896)
- sylvatica Allen, 1997
- synergos Allen & Unmack, 2008
- trifasciata (Rendahl, 1922)
- utcheensis McGuigan, 2001
- vanheurni (Weber & de Beaufort, 1922)
- Pelangia
- Rhadinocentrus
- ornatus Regan, 1914
- Pseudomugilidae
- Kiunga
- ballochi Allen, 1983
- bleheri Allen, 2004
- Pseudomugil
- connieae (Allen, 1981)
- cyanodorsalis Allen & Sarti, 1983
- furcatus Nichols, 1955
- gertrudae Weber, 1911
- inconspicuus Roberts, 1978
- ivantsoffi Allen & Renyaan, 1999
- majusculus Ivantsoff & Allen, 1984
- mellis Allen & Ivantsoff, 1982
- novaeguineae Weber, 1908
- paludicola Allen & Moore, 1981
- paskai Allen & Ivantsoff, 1986
- pellucidus Allen, Ivantsoff & Renyaan, 1998
- reticulatus Allen & Ivantsoff, 1986
- signifer Kner, 1866
- tenellus Taylor, 1964
- Scaturiginichthys
- vermeilipinnis Ivantsoff, Unmack, Saeed & Crowley, 1991
- Kiunga
Auteur: © Adrian R. Tappin
Bron: Rainbowfish Family
Vertaling: J. de Lange


