Azie - Regenboogvissen
Glossolepis incisus - Rode Regenboogvis
- Categorie: Azie - Regenboogvissen
- Hobbykwekers
- Hits: 2706
| Maximale Lengte Man | 15 Centimeter |
| Maximale Lengte Vrouw | 10 Centimeter |
| Familie | Melanotaeniidae |
| Herkomst | Nieuw Guinea |
| Dieet | Omnivoor |
| Broed Gedrag | Vrijlegger (tussen fijnbladige planten) |
| Temperament | Vredelievend |
| Onderling Temperament | Vredelievend |
| Temperatuur | 22 - 25 |
| pH | 6.5 - 8.5 |
| GH | 8 - 25 |
| Minimale Lengte Aquarium | 150 centimeter |
De Vissen:
De Glossolepi incisus heeft als Nederlands naam Rode Regenboogvis en niet voor niets; Rood wordt niet veel roder als bij de Rode Regenboogvis! Ze behoren tot de familie Melanotaeniidae en werden in 1907 voor het eerst beschreven door Weber.
Beschrijving:
De Glossolepis incisus is een lange slanke vis. De mannen zijn het meest opvallend en beschikken over een zeer hoge gekromde rug. De mannen vertonen een fel bloedrode kleur over het gehele lichaam en vinnen. Naar verhouding is de kop maar klein met relatief grote ogen. Een aantal schubben op hun flank blijven zilver gekleurd en steken daarmee fel af tegen de rood gekleurde schubben. de intensiteit van de rode kleur die de mannen vertonen is afhankelijk van de leeftijd, stemming, temperatuur, watersamenstelling en de stemming van de vis. De vrouwtjes en jonge mannen hebben een vrij saai, olijfbruin lichaam met transparante vinnen.
Biotoop:
De Glossolepis incisus komt in het wild alleen voor in het Sentani meer op Irian Jaya. Ze scholen samen rond de randen van het meer, daar waar voldoende beplanting en hout ligt om tussen te schuilen als dit nodig mocht zijn.
Door overbevissing voor de aquariumhandel en de zeer beperkte verspreiding van deze soort is hij op de rode lijst van de IUCN geplaats. Bij het uitvangen van de Glossolepis incisus worden ook nog eens methodes gebruikt die zijn leefgebied beschadigen waardoor herstel van de populatie wordt bemoeilijkt.
Dieet:
De Rode Regenboogvis is een echte omnivoor. Ze eten dus alle soorten voer. Hun voorkeur gaat wel uit naar vleesachtig voer in plaats van plantaardig. Als basis voer kunnen vlokken of kleine korrels worden gegeven. Gebruik hiervoor bij voorkeur "kleurvoer". In dit voer wordt meestal een kleurstof toegevoegd zoals Caroteen, dit helpt de vissen om goed op kleur te komen.
Voer ze het liefst een paar keer een klein beetje. Als het voer al even in het water ligt, eten ze er niet meer van. Om de vissen gezond te houden moeten ze ook minimaal twee keer per week levend of diepvries voer krijgen. Denk hierbij aan rode mug, tubifex, artemia en watervlooien (daphnia).
Het Aquarium:
Aangezien de Glossolepis incisus een zeer actieve en snelle zwemmer is, moet het aquarium en zijn medebewoners hier op ingesteld zijn. Het aquarium moet een lengte hebben van minimaal 1 meter 50. De inrichting kan bestaan uit planten en kienhout, zolang er maar meer dan voldoende zwemruimte overblijft. De bodembedekking maakt niet zo veel uit. Ze zwemmen voornamelijk in de midden en bovenlaag van het aquarium. Ze willen nog wel eens aan planten knabbelen en trekken. De planten moeten dus stevig genoeg zijn dat ze niet direct uit de bodem worden losgetrokken en ook makkelijk kunnen herstellen.
Bij deze soort is een dekruit onmisbaar. Als ze ergens van schrikken willen ze nog wel eens boven het water uit springen.
Ze kunnen gehouden worden in een vrij breed spectrum aan waterwaardes: een temperatuur van 22 - 26 graden, een hardheid van 8 tot 25 GH en een pH van 6,5 tot 8,5 zijn aanvaardbaar. Ze kunnen echter niet zo goed tegen vervuild water. Om de beste kleuren naar voren te halen moet er per week zo'n 25 tot 50% van het water ververst worden.
Kweekaquarium en Conditioneren:
Een kweekaquarium kan worden ingericht met een sponsfilter en veel fijnbladige planten zoals Javamos. In het wild worden de eieren afgezet in het regenseizoen, om het afzetten te bevorderen moeten de ouders dan ook vaker gevoerd worden en dan met name levend voer en vers groenvoer. De temperatuur een paar graden verhogen wil ook nog wel eens helpen.
Als je deze soort wil kweken dan is het belangrijk geen andere soorten uit de Melanotaeniidae familie samen te houden, ze kruisen namelijk nogal makkelijk. Aangezien dit een bedreigde soort betreft, is het extra belangrijk de bloedlijnen zuiver en sterk te houden. dit zorgt er ook voor dat de felle rode kleur terug komt bij het nageslacht.
Als het aquarium is ingericht en de water waardes zijn stabiel dan kun je een koppel volwassen dieren introduceren. Gebruik hiervoor het dominantste en mooiste mannetje.
Het afzetten:
Zodra het vrouwtje vol zit met eieren, laat het mannetje zijn allermooiste kleuren zien, zet zijn vinnen wijd uit en leid het vrouwtje naar de afzetplek. Tussen de fijnbladige planten worden de eieren afgezet. Hierna rust het koppel uit. De eieren zijn plakkerig en doorschijnend. De planten waartussen ze hebben afgezet moeten na het afzetten worden verwijderd anders worden de eieren opgegeten.
Het mannetje zal in de komende paar dagen steeds opnieuw het vrouwtje aanbaltsen waarna ze opnieuw zullen afzetten waarbij het aantal eieren langzaam zal afnemen. het koppel moet bij de school worden terugeplaatst als er nog maar weinig eieren worden geproduceerd of als het vrouwtje er vermoeid uit begint te zien.
Opgroeien van de jongen:
De eieren van de Glossolepis incisus komen na 7 a 8 dagen uit. De jongen gaan dan direct op zoek naar voedsel. Ze kunnen dan gevoerd worden met infusoria, azijnaaltjes en/of liquifry. Ook fijngewreven eigeel kan worden gegeven om de groeisnelheid te bevorderen. Zodra de jongen iets groter zijn kan ook vers uitgekomen artemia worden gevoerd. De jongen groeien langzaam, veel langzamer als andere regenboog soorten.
De eerste twee maanden zijn bij de Rode Regenboogvis het moeilijkst. De jongen kunnen niet tegen vervuiling. Vuil moet dus goed worden afgeheveld en er moet zeer regelmatig water worden ververst.
Auteur: J. de Lange
Foto's: J. de Lange
Video: Tsetso Ignatov
- Vorige
- Volgende >>




