Het uitkomen van de eieren

Het uitkomen van de eieren van regenboogvissen

Of men nu een toevallige kweek in het aquarium heeft of een goed gepland kweekprogramma, om regenboogvissen succesvol op te laten groeien moet men in staat zijn om in de juiste voorwaarden te voorzien. Het ontwikkelen van embryo’s en pas geboren larven (pasgeboren visjes) is het meest gevoelige stadium in de diverse ontwikkelstadia in het leven van regenboogvissen. Daarom moet de grootste zorg besteed worden aan de juiste omgeving voor de ontwikkeling en het uitkomen van de visseneieren.

Hoge sterftecijfers kunnen vaak voorkomen, vooral tijdens de vroege fases. Sterfte kan het gevolg zijn van verschillende factoren zoals inteelt, slechte watercondities, slechte voorwaarden voor de ontwikkeling van de eieren (incubatievoorwaarden) en slechte voeding. Watercondities die niet optimaal zijn, kunnen voor een vertraagde groei zorgen, verschillen in grootte van de vissen, verminderde overlevingskansen en een toenemend aantal ziekten. Het aantal uitkomende eieren en overlevingskansen voor de vissen kan vergroot worden door kunstmatige incubatie. Het verzamelen van de eieren uit het kweekaquarium is de beste manier om een zo’n groot mogelijk aantal nakomelingen van de geselecteerde kweekvissen te verkrijgen. Ook kan het verwijderen van de eieren uit de kweekbak ervoor zorgen dat een nieuwe kweek sneller plaatsvindt en zo dus voor meer eieren zorgen.

Regenboogvis_eieren_op_Utricularia_gibba

Bijschrift bij foto: Eieren van regenboogvissen op Utricularia gibba. © Foto: Gunther Schmida

Het verzamelen van eieren

Eieren van regenboogvissen zijn kleverig, hebben in zoet water een negatief drijfvermogen, zijn 0,5 tot 1,5 mm groot, helder tot lichtgeel gekleurd en ze hangen aan een dunne draad.

Voor die soorten die een groot aantal eieren per dag produceren, worden de beste resultaten behaald door ze een afzetmop te geven in de kweekbak. Deze afzetmoppen kunnen steeds vervangen worden door een nieuwe mop. De mop met de eieren kan dan in een aparte bak gehangen worden, zodat daar de eieren veilig kunnen uitkomen. Dit kan een van te voren ingedraaid aquarium zijn als men de vissen in dit aquarium wil laten opgroeien. Men kan ook een kale bak gebruiken als eerste opvang.

Afzetmoppen worden vooral gebruikt voor de plakkende eieren van regenboogvissen. De moppen simuleren een afzetsubstraat (planten e.d.) en op die manier fungeren ze als eiverzamelplaats. De moppen die met eieren zijn gevuld worden uit de kweekbak gehaald en in een andere bak geplaatst voor incubatie en het opkweken van de larven. De eieren kunnen in de afzetmoppen blijven hangen.

Voor die soorten die slechts een klein aantal eieren per dag afzetten, is het de makkelijkste methode om ze met de hand uit de afzetmop te plukken. Eieren van regenboogvissen zijn relatief hard en kunnen gemakkelijk uit de afzetmop geplukt worden met schone vingertoppen. Eieren die uit elkaar spatten tijdens deze handeling zijn hoogstwaarschijnlijk onvruchtbaar. De afzetmoppen kunnen licht geknepen worden of uitgehangen worden. De eieren steken af als kleine glaspareltjes tegen de donkere draden van de afzetmop. Men kan de eieren daarna in een schoon plasic bakje plaatsen, zodat ze daar kunnen uitkomen. Een constante temperatuur (plus of min 1 °C) en voorzie het bakje van een kleine stroming door middel van een luchtsteentje. Sommige kwekers voegen nog een anti-schimmelmiddel toe, zoals methyleenblauw, terwijl anderen die onnodig vinden. Men handelt naar ondervinden wat dit betreft. Wanneer men de eieren laat uitkomen in een kleine bakje, dan moeten de uitgekomen visjes naar een groter bakje worden gebracht, onmiddellijk na het uitkomen.

Incubatie en uitkomen van eieren

Er is een grote verscheidenheid in middelen en methodes voor de incubatie van eieren van regenboogvissen. Afhankelijk van de behoeftes kan men gebruikmaken van een systeem van verschillende kleine bakjes die alle verbonden zijn met een gezamenlijk filtersysteem, of men maakt gebruik van enkele kleine, aparte kweekaquariums. De eenvoudigste methode is om de vissen in een kleine bak te plaatsen met water dat van te voren is gereedgemaakt voor de eieren. Een lichte beweging van het water met een luchtsteentje zorgt voor watercirculatie rondom de eieren. Dit voorkomt ophoping van afval en uitwisseling van gassen tussen de eieren en het omringende water.

Omdat ze zo klein en doordringbaar zijn, zijn de larven gevoelig voor veel organisch en niet-organisch materiaal dat zich in het water bevindt. Daarom is het essentieel om een goede waterkwaliteit voor de embryo’s en vissen te waarborgen. Het eikweekbakje kan als een wiegje in de kweekbak van jonge visjes drijven. De larven zullen aan het oppervlak van het kweekbakje zwemmen en kunnen dan overgezet of in de opkweekbak overgegoten worden. Op die manier hoeft men de larven niet fysiek aan te raken. Het gebruik van een netje is zeer af te raden, omdat de larven dan zeker zullen beschadigen.

Over het algemeen is het zo dat de eieren van regenboogvissen niet uitkomen in daglicht. Het is daarom wellicht het beste dat de incubatie van embryo’s van regenboogvissen in gedempt licht gebeurt om de zich ontwikkelende embryo’s te beschermen voor direct licht. Het is waarschijnlijk zo dat de hoeveelheid en intensiteit van het licht ontvangen tijdens de incubatie invloed heeft op de ontwikkeling van de vis en het overleven tijdens het larvestadium.

Het paaien van regenboogvissen, de ontwikkeling van het embryo, het overleven en de groei van de vislarven gebeuren allemaal binnen een klein temperatuurgebied. Temperatuur is een van de belangrijkste factoren in de embryonale periode van regenboogvissen. De ontwikkeling en het uitkomen van de eieren worden vertraagd bij lagere temperaturen en versneld bij hogere temperaturen. Van de temperatuur bij incubatie is ook bekend dat het het gedrag van de larven beïnvloedt en ook bepaalde morfologische eigenschappen bepaalt.

Er is een bepaald temperatuurgebied nodig voor elke ontwikkelingsfase. De watertemperatuur moet zo stabiel mogelijk gehouden worden. Over het algemeen kan men stellen dat de optimale temperatuur voor het paaien, uitkomen van eieren en opkweken van pasgeboren regenboogvissen ligt binnen het gebied van 24-28 °C. Voorkom temperaturen boven of onder dit gebied. Een verminderde overlevingskansen, een laag uitkomstpercentage van de eieren, slechte groei, vergroeiingen in het larvestadium en een verhoging van het aantal ziekten kunnen het gevolg zijn van temperatuurschommelingen of temperaturen buiten het optimale gebied. Als het nodig is, kan het bakje waarin de eieren uitkomen in een verwarmd aquarium blijven drijven, om op die manier de juiste temperatuur te kunnen handhaven.

Het uitkomen van de eieren ligt bij de meeste regenboogvissoorten rond de 6-9 dagen bij een temperatuur van 24 to 28 °C. Volledig ontwikkelde embryo’s hebben grote ogen. Wanneer de larven uitkomen, hebben ze een dooierzak, waaruit ze voldoende voedsel halen om de de eerste paar dagen van hun zelfstandig bestaan te overleven. Dit betekent dat de vissen voor een bepaalde tijd geen voeding van buitenaf nodig hebben. De larven van regenboogvissen kunnen zo’n 8 tot 10 dagen overleven zonder voeding van buitenaf als ze een goed ontwikkelde dooierzak hebben. Als een ei echter niet genoeg voedsel heeft kunnen opslaan, dan wordt die periode aanzienlijk ingekort.

Wanneer de larven uit de eieren komen, zijn ze ongeveer 3-4 mm groot en redelijk ontwikkeld. Het zijn goede zwemmers met goed ontwikkelde borstvinnen. De larven zwemmen aan het wateroppervlak, gewoonlijk in de bovenste centimeter water. De mond is goed ontwikkeld en effectief. Ze beginnen met eten binnen enkele uren na het vrijzwemmen. Vandaar dan men zo snel mogelijk kan beginnen met voeren.

Problemen met de incubatie en het uitkomen van eieren

Over het algemeen zal een klein percentage van de eieren niet ontwikkelen. Dat zijn meestal onbevruchte eieren. Dode (ondoorzichtige) eieren ontwikkelen al snel een donzig uiterlijk dat veroorzaakt wordt door schimmelinfecties. Deze eieren moeten regelmatig verwijderd worden. Chemische behandeling kan gebruikt worden om deze infecties binnen de perken te houden. Methyleenblauw is een goed middel tegen deze infecties. Een concentratie van 3 ppm (3 deeltjes per miljoen deeltjes) wordt aangeraden. Een behandeling per dag is voldoende en moet 3 dagen achter elkaar toegepast worden.

Het verwijderen van dode eieren met een druppelaar is waarschijnlijk meer effectief dan chemische behandeling om schimmelinfecties onder controle te houden, maar kan nogal tijdrovend zijn. Veel schimmelinfecties binnen de eerste 2 of 3 dagen wijst op een hoog percentage niet-bevruchte eieren. Dit kan het gevolg zijn van niet-gunstige voorwaarden in de kweekbak of van onvruchtbare vissen. Een plotselinge sterke stijging in verliezen in een latere periode is hoogstwaarschijnlijk het gevolg van slechte watercondities in de opkweekbak, of van schade die ontstaat bij het verzamelen van de eieren.

Een ander probleem die men vaak tegenkomt bij het opkweken van regenboogvislarven is een klein zoetwater organisme genaamd ‘hydra’. Ze zijn gewoonlijk licht geelbruin van kleur en slecht zichtbaar tegen de achtergrond van een natuurlijke bodem of planten. Binnen het kleine kweekbakje kunnen deze kleine ‘monsters’ fataal zijn en binnen een week de hele hoeveelheid pas uitgekomen larfjes verorberen.

Een andere plaag die men tegen kan komen is een platworm bekend als ‘planaria’. Dit zijn zeer kleine zwarte of bruine platwormen die lijken op bloedzuigers en vaak voorkomen in zoetwateraquaria. Ze zijn gewoonlijk 3 tot 5 cm lang, maar sommige groeien uit tot 10 cm. In een normaal aquarium zullen ze over het algemeen geen problemen veroorzaken en zal men ze zelfs niet eens opmerken. In een kweek- of opkweekbak kunnen ze echter de hele kweek binnen een paar uur vernietigen. Men kan ze voorin het aquarium waarnemen als het licht ’s avonds uitgaat.

De opkweekbak

De ideale opkweekbak moet leeg zijn met een sponsfilter. De bak kan dan gemakkelijk schoongehouden worden en op die manier ziekte of problemen met de waterkwaliteit voorkomen worden. Gedurende deze tijd dient men de spons van het filter regelmatig in handwarm water te spoelen, zodat het oppervlak ervan schoon blijft en vrij van blokkades die het filteren moeilijker maken.

Een luchtsteentje dat zorgt voor een stroompje luchtbelletjes is voldoende. Te veel belletjes zorgt voor te veel waterbeweging en dan moeten de jonge visjes te veel vechten tegen de stroming. Als ze wat groter worden, dan de stroom belletjes opgevoerd worden. Om de beste groei en levensverwachting te bereiken, is het in eerste instantie het beste om één jong visje per liter water aan te houden. De watertemperatuur dient tussen de 24 en 28 °C te liggen.

Jonge vis kan in de opkweekbak blijven totdat ze groot genoeg zijn om te verhuizen naar een normaal aquarium. De periode in de opkweekbak moet niet langer duren dan 90 dagen, aangezien de groei dan negatief beïnvloed wordt, of de watercondities slecht in de hand te houden zijn. Over het algemeen kan men stellen dat een overlevingspercentage van 95% verwacht kan worden aan het eind van de kweek.

Algemeen onderhoud bestaat uit het wisselen van een klein deel van het water elke tweede dag met een waterslang. Op die manier kan men niet-gegeten voedsel en uitwerpselen verwijderen en nieuw water toevoegen. Eventuele dode of misvormde vissen moeten regelmatig verwijderd worden. Appelslakken (Pomacea bridgesii) kunnen nuttig zijn in een kweekbak, omdat ze overblijfselen of een teveel aan voedsel wegeten, wat de waterkwaliteit weer ten goede komt. Bovendien zullen appelslakken zich voortplanten in de bak waar ook de jonge vissen wordt opgekweekt.

Alle gebruiksvoorwerpen dienen grondig schoongemaakt te worden met een desinfecteermiddel voordat men met een nieuwe kweek begint!

Bron: Home of the Rainbowfish
Auteur: Adrian R. Tappin
Vertaling: Hans Booij

Auteur

John de Lange

Laatste Reacties

Nee, alleen het mannetje blijft bij de eieren.

John de Lange John de Lange 12. december, 2014 |

Hallo ik heb een gezelschaps aqarium nu vraag ik me af wat ik het beste kan doen nu er eitjes op het blad van de planten zit weet hier...

pieter pieter 04. december, 2014 |

wat ik me afvraag : blijven zowel het mannetje als het vrouwtje bij de eitjes?

Anja Kraaij Anja Kraaij 03. december, 2014 |